Hoe stoer is het om in Friesland te wonen? Niet stoer genoeg klaarblijkelijk. RTL’s nieuwste politieserie helpt het provincie-imago op te poetsen. En de overheid betaalt mee.
Waar voorheen een personeelsblad gemaakt werd met als doel werknemers te binden, te informeren en goodwill te kweken bij de achterban, draait het nu om heel andere communicatiedoelstellingen. Zo werd mij als jurylid duidelijk bij de beoordeling van de ingezonden interne media voor de Grand Prix Customer Media 2011.
Hoe onmisbaar je ook voor me bent, zou je je niet wat bescheidener kunnen opstellen? Je duikt me iets te vaak op op plekken waar je helemaal niet hoort. Met zo’n gigantische egoruimte op het toetsenbord ben je natuurlijk ongekend populair, maar geloof me, minder is meer.
Ik moet even mijn ei kwijt. Want tot mijn grote ergernis hoorde ik ’m gisteren wederom op de radio: "Hou jij van een eitje? Eieren houden ook van jou. Ei love you..." De ei-campagne van Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) werd begin dit jaar gelanceerd. Maar was toen slechts een paar weken te zien en te horen - gelukkig. Maar het ei is terug...
“Waar is Tucky?”, klinkt een verdrietig stemmetje. Mijn vierjarige dochter is haar beer kwijt. En niet zomaar een beer: dé knuffelbeer die dag in dag uit stevig wordt geknuffeld en ’s avonds mee mag naar bed. Anders kan ze niet slapen. “Waar heb je hem voor het laatst gezien?” Na een diepe frons verschijnt opeens het welbekende lichtje boven haar hoofd: “In het stapelbed van het vakantiehuisje, lekker onder de dekens”. Tja, dat hadden we niet gespot bij de laatste controleronde. En zo begon onze missie ‘breng Tucky terug naar huis’.
Crowdsourcing, user generated content, hoe je het ook noemt; Chocomel heeft het begrepen. De ultieme mix tussen online, offline en real life leidde tot een nieuwe commercial op basis van de Kraak & Smaak remix van de Chocomel klassieker 'Think'.
O alsjeblieft, beste Plus-supermarkt, stop met die hilarische commercials. Ik kan niet meer van het lachen, mijn buik doet pijn. Zoveel geniale grappen kan ik echt niet aan. (Omdat jullie niet begrijpen wat humor is: deze intro is cynisch bedoeld.)
Ik kan me heel goed voorstellen dat jullie met je commercials graag in de voetsporen van Albert Heijn en C1000 willen treden, maar Plus en humor gaan niet samen. Dat bewezen de vorige commercials al – met de doldwaze avonturen van twee beveiligingsmedewerkers – en nu lukt het weer niet.
Ik heb een complottheorie. Persoonlijk vermoed ik dat de EHEC-bacterie een haatcampagne van de vee-industrie tegen groente is. De zoete wraak van de veehouderij op groente en fruit.
In de veehouderij kennen ze het klappen van de zweep al: gekkekoeienziekte, varkenspest, mond- en klauwzweer en de vogelgriep. Daarmee vergeleken is land- en tuinbouw er tot nu toe nog gemakkelijk vanaf gekomen. Van groente hoor je alleen maar positieve berichten. “Twee ons groente, twee stuks fruit. Zo houden we het een heel stuk langer uit!” Tenminste, dat zeiden ze...
Let op mijn woorden: over een paar jaar leest niemand een papieren tijdschrift of krant meer. “Ja, dat zeggen ze al jaren.” Inderdaad, maar toen waren er nog geen e-zines! Deze digitale magazines bieden ons ontwerpers en tijdschriftenmakers zoveel nieuwe technische mogelijkheden...
Iedere zichzelf respecterende organisatie heeft tegenwoordig wel een missie, een visie en een rijtje kernwaarden. Waartoe zijn we op aard? Waar willen we naar toe? Waar staan we met z’n allen voor? Niet gek om daar eens goed over na te denken. Alleen laat het resultaat vaak te wensen over.
Wat webdesigntrends betreft heb ik het lekkerste voor het laatst bewaard. Dé trend van 2011 is toch wel 3D, het creëren van diepte.
Misschien heb je ’m wel gezien, dé 3D-film Avatar die eind 2009 alle records brak. Nou, zo spectaculair hoef je het op het web niet te verwachten. Zie 3D meer als een element in de website, in de achtergrond, als header of footer. Het is namelijk niet de bedoeling dat de bezoeker in een soort Tomb Raider 4 terechtkomt en van schrik snel je website wegklikt. Neem dit voorbeeld: http://www.rowtothepole.com/. Het effect van diepte bij het naar beneden scrollen is subtiel én voegt iets toe.
Als ik sommige vakbroeders moet geloven, mag je niet meer van de daken schreeuwen dat jouw wasmiddel witter dan wit wast. Nee, zo lees ik overal, superlatieven en overdrijvingen worden gewantrouwd. De Moderne Mensch kiest voor authenticiteit en transparantie. Mag ik het daar even helemaal niet mee eens zijn! Kijk alleen al naar de social media, de communicatiekanalen waar de Moderne Mensch niet meer buiten kan. Een scrolletje door mijn Twitter-tijdlijn en Facebook-voedingen (iemand een betere vertaling voor ‘feeds’?) leert me al snel hoeveel iedereen van eerlijk, authentiek en transparant houdt.
Heb je de webindrukken van de vorige webtrendblog laten bezinken? Mooi. Na de beeldschermvullende foto’s en de introductie van webfonts is het nu de beurt aan realtime video en minimalistische websites. Had ik twee nog meer uiteenlopende trends kunnen kiezen? Ehm, bijna niet nee. Maar opposites attract.
Op het web tref je bijna net zoveel websites aan als neuronen in je brein. Veel websites dus. En dus ook heel veel foeilelijke sites waar de overheid eigenlijk een ‘parental advisory’-sticker (maar dan om designers te beschermen) op zou moeten plakken. Gelukkig - ja je schrok al - is er ook veel moois online te vinden. Want designers krijgen steeds meer mogelijkheden om iets moois te maken. Dank, o grote technische vooruitgang!
Personal branding is een groot goed, ook in de politiek. Niet voor niets is in de traditionele politieke marketingmix de afgelopen twintig jaar de 'p' van persoon steeds meer in de belangstelling komen te staan. Het frisse merk Mark Rutte bleek de afgelopen verkiezingen steeds meer mensen aan te spreken - ik noem de merkwaarden fris en jeugdig enthousiast. Toen het kabinet-Rutte eenmaal stond, moeten de communicatieadviseurs van de RVD zich hebben afgevraagd: "Moeten we niet iets met Mark en social media doen?"
Sinds kort ben ik klant bij ABN AMRO - ‘mijn’ Fortis is niet meer. De eerste ervaringen met de nieuwe bank waren ronduit positief: een slimmere paslezer om online te bankieren, een snelle reactie op mijn tweet over mijn spaarloonrekening, een handige saldo-app voor mijn iPhone… Een betere pay-off dan ‘De bank anno nu’ had ik niet kunnen bedenken. Totdat ik onlangs de ABN AMRO informatiebrochure kreeg.
Van de week heb ik voor het eerst een blik geworpen in een etalage met compactcamera’s. Mijn oude vertrouwde Canon Ixus van tien jaar oud maakt foto’s in een te lage resolutie, ontbeert de nodige zoomcapaciteit en heeft wel een heel klein display – en nog meer van die mannenexcuses. Kortom, het is bijna het einde van het jaar. De tijd om jezelf eens goed te verwennen, toch?
Met het jaareinde in zicht zien zorgverzekeraars weer graag dat we overstappen. In de reclameblokken buitelen ze over elkaar heen om duidelijk te maken hoe weinig ze van elkaar verschillen. Toen ik de commercial van Menzis zag, geloofde ik mijn ogen niet.
Eén vrolijk ziekenhuis met allemaal dansende en zingende mensen om duidelijk te maken dat Menzis “somehere over the rainbow” aan wachtlijstbemiddeling doet. Nu kom ik regelmatig in het ziekenhuis – gelukkig alleen zakelijk – en, geloof me, ik zie maar weinig patiënten lachend door de gang huppelen of rond hun rijdend infuus zwieren. Een ziekenhuisbezoek is voor veel mensen bittere ernst.
Vorige week ontving ik een persoonlijke uitnodiging van ABN AMRO om langs te komen op ‘mijn kantoor in de buurt’. Dé manier om kennis te maken met het personeel van ‘mijn kantoor’ in… Oss. Oeps! Ten eerste ligt Oss zo’n anderhalf uur bij mij vandaan. En ten tweede doe ik mijn bankzaken bij voorkeur online. Zo maak je geen goede indruk.
Het komt niet vaak voor dat ik medelijden heb met een voice-over in een commercial. Leuk werk met een riante vergoeding – zeker als je het per seconde bekijkt. Maar ik heb te doen met de stem achter bankier NIBC Direct. Want voorlezen is alleen leuk, als je begrijpt wat er staat.
Vorige week bleef ik meerdere keren haken bij de radiocommercial van NIBC Direct. [De meelezende communicatieafdeling denkt nu: zie je wel, het werkt!] Wat moet ik in vredesnaam met de pay-off “NIBC Direct. Zonder. Meer.”? Gelukkig ben ik niet de enige. Ik hoor dat de stem het zelf ook niet begrijpt.
Natuurlijk, een weldoordachte kernboodschap is belangrijk. Wat moet de lezer onthouden na het lezen van het jaarverslag? Wat moet blijven hangen na het zien van de commercial? En welke tone of voice sluit het beste aan bij de doelgroep? Een goede tekst is vaak al het halve werk van een sterke campagne. Maar soms zegt juist een beeld meer dan duizend woorden.
Voor virale marketing wordt vaak video ingezet. Maar een video is niet per se een viral. Hoezo? De video is pas een viral als deze enthousiast wordt doorgestuurd, wordt bekeken en in blogs wordt beschreven. Kortom, de video moet zich als besmettelijk virus over het internet verspreiden. Maar wat gisteren nog werkte, is vandaag geen garantie voor succes.
Toegegeven, de naam Dell had ik nooit hoog in het vaandel staan. Amerikaanse commercials die me niet aanspreken, geen winkel die de computers verkoopt... Hoe goed kan het zijn? Behalve de prijsstelling was er voor mij geen enkele reden om een Dell te kopen. Dus… ik kocht er één op basis van de prijs. Verrassing 1: ik kreeg de computer drie weken eerder dan verwacht.
Meningen, activiteiten, rankings, video’s, informatie… via social media delen we van alles met elkaar. Maar ook producten kunnen van zich laten horen. Of eigenlijk, van zich laten lezen. Gaven QR-codes al de mogelijkheid om informatie aan een fysiek product of uiting te koppelen, sinds kort kun je ook een sociale laag via streepjescodes toevoegen: StickyBits.
Al jaren ben ik een groot fan van Sanex-deodorant. En dan met name van die oranje for men die geen witte strepen in je zwarte shirt achterlaat. Maar sinds vanochtend is dat veranderd…
Marketing en reclame van bier... het blijft de gemoederen bezighouden. De Telegraaf vroeg ons om mee te sparren over de ingewikkelde relatie tussen bier en vrouwen. Met onder andere dit artikel tot gevolg (De Telegraaf, maandag 9 augustus 2010).
Beestjes, beestjes, allemaal beestjes… nou, nou, nou… de 31 miljoen ‘beesies’ - de WK-gadgets van Albert Heijn - dreigen op te raken. Gewild zijn ze, dat is zeker. Omdat ze zo zacht & funny zijn, en leuk uit hun oogjes kijken? Vast, maar ook omdat deze miniknuffels een nieuwe functie hebben gekregen; als lokaas. De onverwachte doelgroep sportvissers heeft de beesies ontdekt als het perfecte middel om snoeken te vangen. Dit weekend zag ik de spannende praktijk. Het beesie zwom voor z’n leven (althans de hengel trok ‘m voort). En die snoek? Die hapte maar al te graag…
Zelf een (groot) beesie vangen? Volg de instructie en sla je slag. Je kan zelfs meedoen aan de ‘beesie viswedstrijd’. Zie hier de resultaten.
Dat kunstenaars met reclamemakers samenwerken, is niets nieuws onder de zon. Zo ontwierp de kunstschilder Jan Toorop al in 1894 een affiche voor Delftsche Slaolie en leende Alphonse Mucha zijn kunsten aan het sigarettenmerk Job. Oké, de tijd van lithografieën zijn we wel voorbij, maar er is weinig veranderd.
Creatieven halen hun inspiratie overal vandaan - dat is al heel lang zo. Tegenwoordig 'lenen' we onze inspiratie veelal van het internet. 'Lenen', want veel merken nemen iets dat online populair is en kopiëren dat. Niet zo netjes. Gelukkig zijn er uitzonderingen, zoals McDonalds en Coca Cola. Zij vroegen het duo Rhett & Link om hun online video-hit 'T-shirt War' opnieuw te maken, maar dan als tv-commercial voor McDonalds en Coca Cola.
Oké, ik beken: ik ben gek op aanbiedingen. Heerlijk! Waarom vijf euro voor een zak tuinaarde betalen, als je er voor hetzelfde geld twee krijgt? Waarom met een terrabyte-harddisk genoegen nemen, als je bij Media Markt voor hetzelfde bedrag vijfhonderd gieg extra krijgt?
Daarom sprint ik iedere zondag, maandag en dinsdag naar de brievenbus om de bergen folderpakketten door te akkeren. Hoezo, ‘het is gedaan met de traditionele reclamemiddelen’? Voor mijn gevoel worden de stapels op de deurmat alleen maar hoger.
Wat is het toch met mannen en bierreclame? Oké, mannen kopen het vaakst bier. Mannen zijn de doelgroep. De biermerken Amstel en Heineken richten zich expliciet op deze groep. Meerdere geluiden zijn al opgegaan dat Heineken het biermerk Amstel nadoet met hun op mannen gerichte campagne. Toch zijn de beide campagnes voor mij (vrouw) duidelijk verschillend.
Het is zondagmiddag. De televisie staat aan en er razen met vliegende vaart Formule 1-bolides over het scherm. Autosportliefhebbers kunnen hier zo’n 66 rondjes gefascineerd naar kijken. Ik niet. Ergens op de achtergrond hoor ik dan ook vaag dat er op tv een discussie wordt gevoerd over het Formule 1-team van Ferrari dat met streepjescodes op de auto’s reclame maakt voor Marlboro-sigaretten. Enthousiast ren ik naar de televisie!
Deze vraag houdt me al een tijdje bezig: moet ik een iPhone nemen? Mijn huidige abonnement loopt af en ik mag een nieuwe kiezen. Wat moet ik doen?
Mijn huidige mobieltje is bijna een jaar oud. Ik kan ermee filmen, fotograferen, naar de radio en mp3'tjes luisteren, mms'en, internetten (mét 3G), e-mailen, twitteren (met foto's) en... o ja, ik kan ermee bellen en sms'en. Met dit arsenaal aan functies red ik mij redelijk goed. Dus als ik met mijn huidige mobieltje online al een heleboel kan, waarom dan toch die iPhone nemen?
Van de week zag ik ‘m weer op tv: Erben Wennemars. Voormalig topschaatser en nu sportverslaggever en graag geziene tv-persoonlijkheid. Ik vind ‘m geweldig. Hij is ambitieus, scherp, gedreven, humoristisch en praat soms veel te snel. Wat je ook van hem vindt, hij is zichzelf en onderscheidend.
Totaal anders is ‘t met van die overgetrainde managers. Je herkent ze meteen. Je komt ze tegen in bedrijven en zelfs in de kroeg. Ze hebben elke denkbare cursus gevolgd om zichzelf nog beter te kunnen profileren – om te zijn wie ze eigenlijk niet zijn. Iedereen kent die trainingen wel met camera’s en rollenspellen. Heerlijk!? Wel eens in een bedrijf gewerkt of rondgelopen waar iedereen volgens dezelfde methodiek is getraind? Het lijkt wel één grote theatervoorstelling.
Vorige week viel bij mij thuis een enveloppe van het Voorlichtingscentrum Overheidsbijdragen op de deurmat. Een nieuwe instantie?
De sobere, lichtgroene uitvoering van de enveloppe maakte zo’n betrouwbare indruk dat ik meteen de briefopener pakte. De begeleidende brief begon al even vertrouwenwekkend: “De regering heeft extra geld uitgetrokken voor de aanpak van de crisis. Hierdoor heeft u mogelijk recht op extra overheidsbijdragen. Omdat veel mensen niet weten waar ze recht op hebben, hebben we een informatiemap samengesteld.”
Hollands (zonder het ouderwetse -sch) mág weer. Het programma 'Ik houd van Holland' is een kijkcijferhit, de Xenos staat bol van het Delfts blauw en ook de Plus adverteert nu met tegeltjeswijsheden geïnspireerd op de Hollandse zuinigheid. Spreuken als 'Kleine prijsjes is een groot geluk' en 'Klein gewin, brengt rijkdom in' wijzen de klant op het voordeel van de supermarkt.
Dit weekend trof ik op mijn deurmat een A4-envelop van de Postcode Kanjer Loterij. Op de voorkant een uitzinnig lachende Linda de Mol. Maar mijn aandacht - en daarom gooide ik de envelop niet metéén bij het oud papier - werd getrokken door de achterkant: MAAK SNEL OPEN en daaronder twee Oudhollandse tegeltjes met de spreuken
In het RTL Nieuws zag ik gisteravond de onthulling van de Bavaria WK-giveaway: de Dutchy Dress. Inderdaad… voor dames. Een behoorlijke gok, omdat bier nog altijd vaker door mannen wordt gekocht. Bavaria hoopt hiermee de impulsaankopen door dames te stimuleren.
Waar mannen juist een saamhorigheidsgevoel krijgen van ‘allemaal dezelfde gadget dragen’ (denk aan de befaamde Heineken-hoed), daar ligt dat bij vrouwen toch anders. Dames houden doorgaans van trends of volgen de mode. Maar ze willen zich binnen deze kaders wel graag onderscheiden.* Dus allemaal hetzelfde (oranje!) jurkje dragen? Ik vraag het me af…
Het gaat er niet om wat je verkoopt, maar hoe je het presenteert. Een heerlijk cliché dat helemaal van toepassing is op een nieuw Amerikaans fenomeen dat ook in Nederland voet aan de grond krijgt: PowerPoint Karaoke, kortweg PPTK.
Nu de massa Twitter en Facebook heeft omarmd, vinden de early adopters in social networking hun toevlucht in ‘location based networking’. Een soort kruising tussen Twitter en Google Maps. Wie de laatste uitzending van VPRO's Trendspotting heeft gezien, weet dat het een strijd wordt tussen Foursquare en Gowalla. Twee Amerikaanse start-ups, die nog maar een jaar bestaan, en net als Facebook en Twitter groeien als kool.
In mijn vorige blog trok ik al ten strijde tegen het foutief gebruik van ‘die’ in plaats van ‘dat’. “Het liedje die ik mooi vind…” Aaaargh! Dacht ik eerst dat die die-ziekte alleen tot presentatoren en dj’s beperkt bleef, nu zijn zelfs copywriters ermee besmet. Zo beweert Mr Muscle, de schoonmaakheld van SC Johnson, in een tv-commercial dat zijn Fresh Discs zich makkelijker in de toiletpot laten plaatsen dan het reguliere “toiletblok die bacteriën vasthoudt”. Ja, u leest het goed: het toiletblok die!
De insteek van een bewuste verandering - althans dat zou het moeten zijn - is dat we er beter van worden. Maar het gros van ons (de menschheid) vindt veranderen moeilijk en vervelend. De mens is een gewoontedier, wil niet veranderen...
Gelukkig houden wij mensen van spelen. Spelen en plezier maken. Deze gedachte is de basis van 'The Fun Theory'; maak het veranderen van gedrag leuk om te doen.
De website (een initiatief van Volkswagen) bestaat al even, maar het idee is tijdloos "Something as simple as fun is the easiest way to change people’s behaviour for the better. Be it for yourself, for the environment, or for something entirely different, the only thing that matters is that it’s change for the better."
Menselijk gedrag veranderen door het wenselijke gedrag plezierig te maken om te doen. Een prachtig creatief initiatief.
Marketeers zijn gek op een rechtstreeks contact met de consument. In veel branches is een persoonlijke benadering dé manier om een snelle verkoop te sluiten. Pech dat consumenten wel steeds mondiger worden en zelf de controle willen houden over hun persoonlijke communicatielijntjes. En zo ontstaat na een strengere e-mailwetgeving en het bel-me-nietregister nu ook de roep om een bel-niet-aanregister. De hoogste tijd voor een val-me-niet-lastig-ik-bepaal-zelf-wel-hoe-ik-een-keuze-maakregister.
Wat was er eerder, de kip of het ei? Duidelijk is dat creatieven hun inspiratie overal vandaan halen. Verbaasd was ik wel, toen ik gisteren de nieuwste Dreft-commercial zag op tv. Prachtige techniek, geweldig resultaat en… verdacht veel lijkend op de mooie clip ‘Her morning elegance’ van Oren Lavie (een jaar geleden geplaatst op YouTube). Kijk, vergelijk en bewonder de commercial en de clip (opgebouwd uit 2.096 still frames!).
“De vent maakt de tent”, zo vertelde Kay van de Linde gisteravond tijdens de Debatrix jubileumavond. De befaamde spindoctor doelde op de link tussen een charismatisch boegbeeld en het succes van een politieke partij. Al snel riep iemand uit het publiek – z’n Iphone omhoog houdend – “Agnes Kant vertrekt!”.
Laat ik vooropstellen dat ik gék ben op de vele mooie, effectieve, rare en creatieve advertentiemogelijkheden die er bestaan. Je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt er adverteren. Naast reclame op tv, radio, billboards en print kunnen er reclameboodschappen worden geplaatst op golfballen, toiletten, bagagebanden, pizzadozen en vliegtuigen. Alles is mogelijk. Maar waarom schrik ik dan toch als ik lees: ‘Twitter wordt advertentieplatform’?
Maakte de soapopera al eerder de sprong van radio naar televisie, de tijd is nu rijp voor de sprong naar Nieuwe Media. Twitter leent zich perfect voor het soapprincipe. Er wordt – net als in de soapopera – bijna alleen maar ‘gepraat’. En de ‘verhaallijnen’ verlopen relatief traag: één uur twitteren uit mijn leven haalt het qua spanning niet bij één aflevering ‘24’.
De 7 genomineerden voor de Grand Prix externe bedrijfsbladen (ik zit in de jury) zijn bekend! Vorige week zijn we met de juryleden bij elkaar gekomen en kreeg ieder jurylid de kans zijn 5 favorieten te verdedigen. Na een prettige discussie zijn we gezamenlijk tot een lijst van 7 genomineerden gekomen.
Jaren geleden riep men al dat de papierindustrie zich zorgen moest gaan maken over de toekomst. De automatisering zou zorgen voor minder papierverbruik. Digitale opslag zou ruimte en papier gaan besparen. De grote stoffige archieven zijn inderdaad verdwenen maar het lezen vanaf een beeldscherm is geen succes geworden. Printen bleek de oplossing. Sinds de automatisering is de papierproductie daardoor alleen maar gestegen.
Communicatie blijkt echt een vak. Moet ik nu heel snel stemmen (voor 9 uur)? Wat betekenen de drie witte pijlen? Waarom deze vreemde kleurencombinatie? Alle lokale afdelingen en partijen hebben last van een overschatting van hun communicatiekennis, zo lijkt het.
Taal is in beweging, zegt ‘men’. Daar wil ik best in meegaan.
Dat ‘zich irriteren’ niet meer uit het taalgebruik van menig collega is weg te denken… ik erger me er niet langer aan. Dat iedereen aan woorden die onzijdig zijn, het bezittelijk voornaamwoord ‘haar’ hangt (Zaandam en haar inwoners)… ik tel wel tot tien en verbeter de fout.
Maar met het nieuwste taalverschijnsel is mijn pijngrens echt bereikt. ‘Het huisje die ik zie…’ ‘Het dorp die ik bezoek…’ Het betrekkelijk voornaamwoord moet toch gewoon ‘dat’ zijn? Oké, bij ‘het meisje’ wil ik een verwijzend ‘die’ nog wel voor lief nemen, maar ‘die liedje’? Ik hoor het menig dj zeggen. Even gegoogeld levert ‘die liedje’ zelfs 19.100 zoekresultaten op. Help! Onze Taal doe iets! Minister Plasterk doe iets! Of ben ik al te laat?
Wie erachter zit? Ik weet het niet. Waarschijnlijk hebben ‘hun’ dat gedaan.